M C K
Medisch Centrum Kester
 
 
 
Afbeelding van Conserverende tandheelkunde
 

Conserverende tandheelkunde

 
Conserverende tandheelkunde is tandheelkunde uitgeoefend om op een zo conserverend mogelijke manier tanddefecten te behandelen, die al dan niet bijgeboord worden tot een vorm ideaal om gevuld te worden, caviteit genaamd. Dit is het bekende gaatjes vullen, zoals de iedereen onder ons het kent. De vullingen zelf zijn amalgaam- of composietvullingen.

Een Amalgaam is een mengsel op basis van kwik (Hg) en metaalpoeder. Composiet is een vullingsmateriaal dat bestaat uit een matrixfase en een vulstoffase. Composieten worden, na het etsen van de tand en het aanbrengen van een primer en een bonding, in de tand gekleefd in tegenstelling tot amalgaam die door retentie houdt. Dit zijn de alom bekende ‘witte vullingen’. De verschillende materialen bezitten elk hun voor- en nadelen; afhankelijk van de situatie maken de tandartsen, weliswaar steeds in overleg met de patiënt, hun keuze welk materiaal te gebruiken.

‘Cariës, wat is dat nu precies en hoe ontstaat dit?’ is een veelgestelde vraag bij ons op de stoel. Cariës is een synoniem voor tandbederf en is de meest voorkomende infectieziekte ter wereld, ongeveer 95% van de wereldbevolking lijdt hieraan.

Cariës is eigenlijk de aantasting van tandglazuur, dentine (onder het glazuur) en uiteindelijk de tandzenuw (pulpa) door bacteriën uit de tandplak. Deze bacteriën zetten suikers om in zuren, waardoor er een PH-daling veroorzaakt wordt.

Door het zuur zal de oplosbaarheid van het glazuur toenemen en zal het glazuur uiteindelijk oplossen.
Zo ontstaat er een gaatje en krijgen de bacteriën toegang tot het onderliggende dentine.
Het dentine bestaat echter uit organisch materiaal dat rechtstreeks door de bacteriën geconsumeerd kan worden en zo wordt de tand rot.

De tanden hebben wel een herstelcapaciteit (remineralisatie van het glazuur) en ook een afweermechanisme (door het afstoppen van de dentinekanaaltjes), maar bij lange en herhaalde zuuraanvallen (tengevolge van frequente suikerconsumptie, want zoals hierboven uitgelegd wordt suiker omgezet in zuur) is dit onvoldoende. Eenmaal echter dat de zenuw geraakt wordt, zal deze verwijderd moeten worden.
In dit geval zal er een tandontzenuwing of endodontie uitgevoerd worden.

Kaasmolaren, en dan?
De prevalentie van Molar Incisor Hypomineralisation (MIH) is de laatste jaren toegenomen. Vooral preventief handelen en het oplossen van de pijnklachten is bij deze kaasmolaren van groot belang. De oorzaak is niet geheel bekend, maar wordt vaak in relatie gebracht met ziektes. Hadden kinderen vaak een problematische levensstart, krijgen ze op latere leeftijd ook nog fysiek last van hun gebit en zien deze tanden er daar bovenop niet al te fraai uit.

Wat kan de mondzorger hieraan doen?

Vroege diagnose en monitoren
kaasmol02Bij verdenking van slecht aangelegd glazuur naar aanleiding van de anamnese zijn röntgenfoto’s geïndiceerd, het liefst voor de doorbraak. Hierop kan gezien worden welke dikte het glazuur zal hebben en welke elementen er sprake van MIH is. Enkel bij een ontwikkelstoornis van een of meerdere blijvende molaren en vaak ook de incisieven is er sprake van MIH. Vervolgens kunnen de elementen gevolgd worden tijdens de doorbraak.

Start van het preventieprogramma
Vlak voor de verwachte eruptieperiode zal de MIH-patiënt in een preventieprogramma moeten kunnen stappen. Wacht men langer, dan is vaak tandheelkundige preventie al onmogelijk. Hierbij kan de patiënt bijvoorbeeld elke 6 weken naar de mondhygiënist gaan.

Inhoud van het preventieprogramma
De mondhygiënist kan poetsinstructies geven over poetsen en (extra) fluoridegebruik aanbevelen. Er kan een voedingsanalyse worden gedaan waarna een voedingsadvies volgt. Na volledige eruptie kunnen fluoridelak en sealings aangebracht worden. Dit helpt tegen de pijnklachten die te verwachten zijn. Vaak is poetsen bij ongeschermde kaasmolaren pijnlijk, evenals luchtstroom, koude en andere prikkels. Soms is het zelfs nodig om een roestvrijstalen kroon te plaatsen.

Wanneer blijkt dat de patiënt alsnog carieuze leasies ontwikkelt, kan dit programma verlengd worden. Er kan bijvoorbeeld een cariësrisicotest worden gedaan waarbij er wordt gekeken of er een hoog aantallen streptococcen zijn. Zo ja, dan zijn regelmatige applicaties van Cariës-Ex geïndiceerd. Uiteraard zal daarnaast de patiënt verder moeten worden begeleid met zijn poets- en eetgedrag om geen of minder cariës te ontwikkelen.

De restauratieve behandeling

Sedatie?
Een Zweedse studie van 32 kinderen van 9 jaar met MIH, toont aan dat deze kinderen 10 keer vaker een tandheelkunde behandeling hadden ondergaan van hun 1e molaren dan kinderen uit de controlegroep (Jälevik & Klingberg, 2002). Hierdoor hadden zij meer vrees voor de tandarts en waren daardoor moeilijker te behandelen door het bijbehorende gedrag. Ook kwam aan het licht dat deze kinderen veel pijn ervaren tijdens de behandelingen. In sommige gevallen zou overwogen moeten worden om deze kinderen onder sedatie te behandelen.

Welk restauratiemateriaal?
Bij het restaureren van hypogemineraliseerde molaren, kan er geen amalgaam worden gebruikt. Hiervoor bieden deze molaren te weinig retentie. Adhesieve tandheelkunde behoort vaak wel tot de mogelijkheden.

Esthetiek
De opaciteiten van de incisieven zijn helaas goed te zien. Methodes als bleken en micro-abrasie geven geen goed resultaat. Een plaatselijk opaque composiet kan een uitkomst zijn met daarop de definitieve kleur composiet. Directe en indirecte veneers zijn goede alternatieven als het defect groter is.

Bronnen:
Kindertandheelkunde 1
PubMed
Irish Society for Disability & Oral Health
American Academy of Pediatric Dentistry

http://www.britannica.com

NTVT
Quality Practice
www.tandarts.nl

Door: Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist
 

Reacties

 
 

Deel deze pagina